|
|
 |
| BEBOUWING OP DE WATE |
|
PILOTPROJECT ZANDVOORT
|
Wat zijn de voorwaarden voor jaarrond paviljoens op het strand bij badplaatsen en in het bijzonder bij Zandvoort? Deze vraag staat centraal in de verkenningsfase van pilot project Zandvoort. Jaarrond exploitatie betekent exploitatie in drie extra maanden per jaar, maanden die vaak de heftigste stormen en de meeste zandverplaatsingen kennen; november, december en januari.
Op 27 maart 1998 heeft het Directoraat-generaal Rijkswaterstaat ingestemd met het voorstel van de gemeente Zandvoort om mee te denken over invulling van beleid voor jaarrond exploitatie, met Zandvoort als proefgemeente. In de concept-rapportage die in december 1999 uitkwam wordt gesteld dat het in feite een onderzoek is naar de implementatie van nieuw landelijk beleid voor jaarrond exploitatie van strandpaviljoens, met een studie naar de procedures die hiervoor nodig zijn.
In hechte samenwerking tussen gemeente, rijkswaterstaat, hoogheemraadschap, provincie en strandpachters is geschetst hoe een proef met jaarrondpaviljoens kan worden ingericht en wat de voorwaarden zijn. Doel is om de voorwaarden weer te geven in een modelconvenant voor de hele Nederlandse kust en in een specifiek convenant voor de Zandvoortse situatie. Deze convenanten zullen deel uitmaken van een in maart 2000 te verschijnen eindrapportage van de planfase. Na het besluit -door de staatssecretaris van V en W- om de proef te starten, zullen de veranderingen op het strand en de kustlijn worden gevolgd en zal worden gekeken naar de implicaties op landelijk en provinciaal niveau. Belangrijkste kenmerk is dat het pilot project een voorbeeldfunctie heeft voor andere kustgemeenten.
De reportage geeft een helder beeld van de voorwaarden van het Hoogheemraadschap Rijnland en Rijkswaterstaat vanuit de beginselen van kustlijnzorg, dynamisch kustbeheer en het uitvoeren van zandsuppleties. Op het gebied van de kustlijnzorg zijn er in het kort de volgende voorwaarden voor jaarrond paviljoens:
-Alleen op het strand grenzend aan het gebied met stedenlijke bebouwing en toeristisch-recreatieve voorzieningen.
-De paviljoens moeten op palen staan, zodat de aanwezige zandvolumes -ook de suppleties-, vrij kunnen bewegen. De stabiliteit van een strandpaviljoen moet ook gegarandeerd zijn als ten gevolge van een storm enkele meters strandverlaging optreedt.
-Paviljoens mogen werkzaamheden voor zandsuppletie niet bemoeilijken.
-Paviljoens moeten op aanwijzing zijn te verplaatsen, vooral met het oog op veranderingen van de duinvoet. Demontage of verplaatsing moet in een week kunnen gebeuren.
-De ruimte tussen paviljoen en duinvoet of gemiddelde hoogwaterlijn kent minimale eisen.
De waterkeringbeheerder kent ook een aantal eisen voor vergunningverlening. Zo moet in het geval van stormschade een paviljoen uiteenvallen in kleine onderdelen
De definitieve versie van het rapport zet deze voorwaarden nog eens op een rijtje in een 'Voorwaardenbijlage behorend bij de overeenkomst tot regeling van het in het kader van de pilot Zandvoort tijdelijk toestaan van jaarrond paviljoens op een gedeelte van het strand van de gemeente Zandvoort':
- Een jaarrond paviljoen is een paviljoen in niet-permanente bebouwing (demontabel en verplaatsbaar binnen een week) dt het gehele jaar op het strand mag staan en het gehele jaar geopend moet zijn met uitzondering van maximaal een aaneengesloten periode van zes weken, welke periode niet mag vallen tussen 1 november en 1 februari van ieder jaar.
- Voordat de exploitant met de bouw van een jaarrond paviljoen begint, moet middels een bouwkundig rapport worden aangetoond dat een jaarrond paviljoen daadwerkelijk demontabel en verplaatsbaar is en moet worden aangetoond dat het jaarrond paviljoen bij een storm in delen uit elkaar kan vallen en dat het geen monolietconstructie heeft.
- De jaarrond paviljoens mogen niet afwijken van de voorgevelrooilijn van de seizoen paviljoens, uitgaande van de situatie in 2000, hetgeen betekent dat de seizoen paviljoens en de jaarrond paviljoens vanaf de zeezijde ongeveer op een lijn moeten liggen.
- Het is niet toegestaan de jaarrond paviljoens boven de kruin van de duinen uit te laten komen; de goot- of boeiinghoogte mag ten opzicht van de vloer niet meer dan 3 meter bedragen, de hoogte niet meer dan 5,5 meter.
- Bij de aanvang van de bouw moet een jaarrond paviljoen een afstand van 7 meter tot de duinvoet/afrastering hebben.
- Bij structurele verandering van de ligging van de duinvoet moet de jaarrond exploitant zo nodig het jaarrond paviljoen op eigen kosten daarmee meeverplaatsen. Het criterium hiervoor is een afstand van het jaarrond paviljoen tot de duinvoet/afrastering van kleiner dan of gelijk aan 4 meter. De periode voor beoordeling hiervan bedraagt 5 jaar.
- Bij aanvang van de bouw moet een minimale afstand tot de gemiddelde hoogwaterlijn in acht worden genomen om suppletiewerkzaamheden en verkeer ten behoeve van suppletiewerkzaamheden, bevoorrading van paviljoens en 'mobiele handel' mogelijk te maken. Deze afstand wordt bepaald uit de gemiddelde ligging van de hoogwaterlijn over de periode 1990-1999. Deze afstand bedraagt bij aanvang van de proefperiode minimaal 10 meter. Indien deze ruimte incidenteel, om wat voor reden dan ook kleiner dan 10 meter is, geeft dit geen recht op (extra) zandsuppletie. Het Rijk levert gegevens aan om deze afstand te bepalen.
- Bij aanvang van de bouw moet een minimale onderlinge afstand tussen de jaarrond paviljoens in acht worden genomen. Deze bedraagt bij aanvang van de proefperiode minimaal 50 meter, ervan uitgaande dat de zandbanketten in de loop van de tijd zullen verdwijnen.
- De stabiliteit van paviljoens dient bij het laagst bekende strandniveau minus 1 meter te zijn gegarandeerd. Dit moet worden aangetoond door middel van een bouwkundig rapport. Rijkswaterstaat levert de gegevens aan met betrekking tot het minimale strandniveau.
- Kabels en leidingen ten behoeve van een jaarrond paviljoen moeten op een zodanige diepte worden aangebracht dat schade/beschadiging zo veel mogelijk wordt voorkomen.
- Een jaarrond paviljoen moet op palen staan met een diameter van 0,50 meter die op een afstand van minimaal 3.00 meter hart op hart van elkaar staan. De palen kunnen worden weggewerkt in zandbanketten.
- De vloerhoogte van een jaarrond paviljoen moet tussen de NAP +4,5 meter en NAP +5,5 meter liggen.
- Een jaarrond paviljoens mag uit slechts een bouwlaag bestaan.
- Een jaarrond paviljoen moet bij storm in delen uit elkaar kunnen vallen en mag geen monolietconstructie hebben.
- Opslag bij of rond een jaarrond paviljoen is in de winter niet toegestaan.
- Het jaarrond paviljoen moet zijn aangesloten op de riolering waarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
- De dienstaansluitingen ten behoeve van de nutsvoorzieningen dienen gebundeld in één tracé te worden aangelegd.
- De jaarrond exploitant is aansprakelijk voor alle schade aan de zeewering voor zover ontstaan door het ter plaatse aanwezig zijn van het jaarrond paviljoen. In geval van dergelijke schade is hij gehouden deze schade op eerste aanzegging op eigen kosten te herstellen in overeenstemming met hetgeen daarin opgenomen is over de te nemen maatregelen en termijn waarbinnen deze dienen te zijn genomen.
- De jaarrond exploitant draagt het risico voor directe en indirecte schade toegebracht aan personen door hem ingeschakeld bij de exploitatie of goederen door hem aangewend voor de exploitatie, die optreedt aan de zeezijde van de waterkering door welke oorzaak dan ook, zoals door de inwerking van de elementen.
- Met het oog op herstel van de schade zoals bedoeld in de leden 18 en 19 wordt een financiële regeling getroffen tussen de gemeente en de jaarrond exploitant.
- Indien op grond van het daaromtrent bepaalde in artikel 9 definitieve jaarrond exploitatie na de proefperiode niet wordt toegestaan, is dit geheel voor risico van de jaarrond exploitant. Hij dient dan na de proefperiode buiten het zomerseizoen voor eigen rekening het paviljoen inclusief fundering te verwijderen.
|