|
|
 |
|
DE CULTUUR VAN DE HOLLANDSE BADPLAATS
|
Op 31 oktober 1997 was het Thalia Theater in IJmuiden het decor voor de conferentie De cultuur van de Hollandse badplaats, architectuur en vormgeving. De conferentie, geïnitieerd door het Vormgevingsinstituut en Architectuur Lokaal in samenwerking met de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland, wilde de gemeenten een inhoudelijke stimulans bieden bij de ontwikkeling van plannen ten aanzien van de sfeer, de verschijningsvorm, de ruimtelijke kwaliteit en het gebruik van hun badplaatsen. Op welke wijze kunnen vormgeving en architectuur een bijdrage leveren aan de economische, ruimtelijke en culturele ontwikkeling van de Hollandse kust? Dat was de vraag.
Bekijk video-fragmenten van Pieter Uyttenhove, architectuurcriticus, en Dhr. E.J. Brommet, burgemeester van de gemeente Egmond. (Bron: Wereldomroep TV)
Voor de conferentie onderzochten negen ontwerpers (productontwerpers, architecten en landschapsarchitecten), een architectuurcriticus en een fotograaf in de zomer van 1997 de ruimtelijke en visuele kwaliteiten en de programmatische mogelijkheden van onze kust. Zij gaven vorm aan hun ideeën over de badplaatsen van de toekomst. Op deze pagina zijn enkele voorbeelden daarvan te zien.
 |
 |
 |
SCHETSONTWERP:
ESTER VAN DE WIEL
Een schommelstoel waarop je meedeinend op de golven kunt luieren als in een fauteuil is gemaakt van een stijve kunststof huls met aan de onderkant een ketting en anker. De dobberende stoel ligt bij eb als een strandstoel op het zand. Een megamat is een klein drijvend plein op zee met een afmeting van vijftien bij tachtig meter. De mat is op het strand verankerd. De delen hebben een kern van kurk en zijn geseald in een kunststof coating. Afhankelijk van de positie op de mat kun je op het water drijven, lopen, liggen of zonnebaden. |
 |
De steiger is er één uit een reeks aanlegpunten die het mogelijk maken verschillende kustlocaties aan te doen. De steiger krijgt vanzelf ook de functie van een pier, een horizontale variant van de uitkijktoren. De steiger is opgebouwd uit twaalf geschakelde kunststof elementen die op het water drijven en meedeinen op de golven. In de herfst worden de steigeronderdelen losgekoppeld van hun ankerpunt en weggevaren naar een winteropslag. |

SCHETSONTWERP: ESTER VAN DE WIEL
Op het zandplein rond de vuurtoren in Noordwijk gaat het strandzand geleidelijk over in asfalt. Vanaf de weg rijden auto's het plein op, strand en achterland komen op deze plaats even bij elkaar. Op het zandplein staan poreuze zitelementen van gips of een mengsel van zand en cement. De invloed van wind en water zal deze elementen geleidelijk aantasten.

SCHETSONTWERP: LARS SPUYBROEK, NOX ARCHITECTEN
Het idee is om het strand van Noordwijk gedeeltelijk te asfalteren zodat het onderscheid tussen strandafgang en weggedrag versmelt in een nieuwe spannende tussenvorm. |
 |
Er zullen auto's parkeren als strandhuisjes, soms met open deuren, soms bij elkaar in groepen, soms los van elkaar. De auto's gedragen zich als voetgangers, ze kunnen niet anders dan stapvoets rijden, zoals op het Wencelasplein in Praag.
Binnen dit dynamisch mengsel van voetgangers, auto's fietsers zijn structuren van staal en doek ontworpen die bewegen op de wind. Hier kan worden gegeten, geschuild bij regen en geprojecteerd bij nacht. Het asfaltstrand is bezaaid met dunnen lantaarnpalen die buigen in de wind. Sommigen lopen zelfs de zee in. De zwerm op het asfaltstrand stijgt langzaam op, om als een 'vortex' de lucht in te schieten. In een wervelwind van licht constructiemateriaal, ingepakt met halftransparant doek, eerst in grote stappen en hogerop veel fijner, tot 140 meter hoogte. De toren is niet alleen vijf keer zo hoog als die van Pisa, maar ook twee keer zo scheef. Het allermooiste is ongetwijfeld het beeld van de projecties 's avonds en 's nachts op het doek van de toren. |

SCHETSONTWERP: HELENE VAN DOOREMOLEN
Ten zuidwesten van Domburg, waar de dijk is onderbroken en het strand wordt beschermd door golfbrekers ligt het gebied van de zeetuinen waar bezoekers intensief kunnen genieten van een afwisselende zeeflora en fauna. Alikruiken, mosselen, zeesla en suikerwier hechten zich aan betonelementen met een grof oppervlak, geplaatst in een raster van 6x6 meter. Loodrecht op de zeelijn staan langs smalle gangen betonnen tafels voor de helft van de tijd onder water. Op deze tafels groeien mosselen. Bij hoogwater stroomt de wierbak vol. In de diepe delen groeien voornamelijk rood- en bruinwieren en het ondiepe deel is geschikt voor de groenwieren.
|
 |
|
|
|
 |